“ Op 1 januari 1997 ontstond de gemeente Reusel-De Mierden door samenvoeging van de gemeenten Hooge en Lage Mierde en Reusel. Er ontstond een nieuwe gemeente met vier kernen: Hooge Mierde, Hulsel, Lage Mierde en Reusel. Reusel-De Mierden is letterlijk een grensgeval: 50% van de gemeentegrens is tevens landsgrens. De rest grenst aan weerszijden aan een gemeente in Midden-Brabant (Hilvarenbeek) en aan een gemeente in Zuidoost-Brabant (Bladel). ”
Postel en Reusel

Uit de archeologische opgravingen in het midden van de negentiger jaren is gebleken dat er in het jaar 500 rond de oude kerk een nederzetting was. Vanaf 1100 is er meer over Reusel en omgeving bekend. De Witheren (oorspronkelijk gekleed in schaapsvellen) van het gasthof en bedehuis van Postel (later Norbertijnenabdij) speelden toen een heel belangrijke rol. Vooral door schenkingen van feodale grondheren kwamen ze in minder dan 100 jaar in het bezit van grote delen van de streek. Op latere leeftijd brachten deze adellijke heren hun oude dag met hun familie door in de abdij en dachten daarmee een plaatsje in de hemel te kopen.
Reusel bijvoorbeeld, was voor 5/6 deel eigendom van de Witheren en was daarom een Heerlijkheid (van de heer). In Reusel werden door hen een aantal pachthoeven gesticht waar boeren inkwamen die veel schapen moesten houden. Tien procent van de opbrengst van de boerderij moest aan Postel afgedragen worden (tiendenschuur of tiendenpenning). De wol ging naar de Hertogen van Brabant voor de lakenhandel (wollen stof). De mest van de schapen was cruciaal om de schrale zandgronden blijvend te kunnen gebruiken. Rond die pachtboerderijen ontstonden daardoor vanaf het jaar 1200 de Reuselse gehuchten zoals de Rouwenbocht, Heikant, Weijereind/Kippereind, Hoeven en Rijpershoek. Voorbeelden van Postelse pachtboerderijen zijn de Godshuishoeve ten Loven, Rouwenbochthoeve, hoeve ten Breugel, huis ten Eijnde, hoeve Nieuwenhuise (Verbrande hoeve) en hoeve ten Pole. Het landschap veranderde door de grazende schapen in een heidelandschap. De ‘beboerde’ grond kreeg door bemesting een zwarte deklaag (1 – 1,5 mm per jaar).
Foto: Norbertijnenabdij: De Norbertijnenabdij van Postel met de abdijkerk uit de 12de eeuw. De Witheren waren voor de 17e eeuw de grondheren van Reusel.
Bedevaartplaats Reusel, 16e eeuw

Rond de 8e eeuw stond er in Reusel al een klein houten kerkje. Dit is in de 10e tot 12e eeuw vervangen door een Romaanse tufstenen kerk van 8x13 meter. In de 13e eeuw is er een koor aangebouwd. Een eeuw later is de kerk uitgebreid tot 8 x 30 meter. In de 15e eeuw is een gotische kerk met een toren van 9 x 9 meter om de oude kerk heen gebouwd. De kerk heeft dan afmetingen van 19 x 40 meter.
Vermoedelijk door de grote toestroom van bedevaartgangers krijgt de kerk in 1530 twee grote kuispanden. Door diverse verbouwingen wordt het op het einde van de 16e eeuw een laat gotische kruiskerk, met 2 sacristieën met een totale lengte van 55 meter. De Reuselse pastoor Cornelis Leppens (1684) en de Postelse witheer en archivaris Welvaerts (19e eeuw) doen meldingen van wonderbaarlijk genezingen in Reusel in de 16e eeuw. Het magische houten Mariabeeld was volgens hen toen met het feest Maria ten Hemelopneming met krukken en zwachtels omhangen.
De oudste klok die in WOII door de Duisters is gestolen is in 1720 bij de Reuselse kerk gegoten door de Helmonder Jan Petit. Na de vrede van Munster in 1664 werd het katholieke geloof verboden en raakte het kerkgebouw in verval. Toen vanaf 1672 het katholiek geloof weer werd gedoogd kwamen er schuurkerken eerst nog over de grens in Arendonk en later in de Lensheuvel en de Straat
Foto: Schetskerk 1792: Schets van de kerk van Reusel in het jaar 1792 door Bijnen
Reusel in generaliteitsland en wingewest
Na de vrede van Munster kwam er een opsplitsing van Belgisch en Nederlands Brabant. Dit is nu de grens met België. De witheren van Postel en Floreffe en de Koning van Spanje bleven aanspraak maken op Reusel en Bladel (30 juni,1672). Na tientallen jaren procederen is dat niet gelukt anders hadden we nu bij België gehoord.
De overwinning van de Hollanders was een ramp voor Staats Brabant en vooral voor de grensdorpen. De Hollanders voerden zware belastingen in terwijl de streek last had van oorlogen en plunderingen door bendes soldaten, die plunderend en brandschattend regelmatig een spoor van ellende trokken in Reusel en omgeving. Deze bendes konden hun gang gaan omdat het garnizoen die de orde moest handhaven in Den Bosch gelegerd was. De puur agrarische samenleving leed bittere armoe en er heerste veel angst in die tijd. Bovendien was er regelmatig overlast van wolven. Op het vangen van wolven stond dan ook een forse premie. Pas na 1730 werd het allemaal wat veiliger hoewel de armoede groot bleef.
Onder de Fransen van Napoleon (1798-1815) werd de ongelijkheid voor de katholieken opgegeven en kwam de kerk van Reusel weer in handen van de pastoor.
Bittere armoe in de 19e eeuw
Vanaf 1850 nam het analfabetisme en het aantal kinderen van ongehuwde moeders opvallend toe. Ook bleek dat bij erfdelingen de ‘vruchten’ op het land en in de schuur vaak meer waard te zijn dan de grond of de boerderij. De oorzaak moet gezocht worden in het feit dat de gezondheidszorg beter werd en er daardoor meer kinderen in leven bleven. Daardoor waren er meer erfgenamen waardoor de boerderijen versnipperd werden en niet meer levensvatbaar. Men was vooral bezorgd de winter door te kunnen komen! Ook nam het fenomeen dienstmeid en dienstknecht een vlucht. Soms al op 11-jarige leeftijd moest er gediend worden om thuis maar uit de kost te zijn. Met alle ellende als gevolg!
Pastoor van der Wee, een geweldenaar.

Pastoor van der Wee was in de tweede helft van de negentiende eeuw pastoor in Reusel. Hij is van onschatbare waarde voor de ontwikkeling van Reusel geweest. In het centrum van Reusel bouwde hij een zustersklooster (1879) en een fraterklooster (1884). Hij kreeg het klaar grote sommen geld te verwerven uit zogenaamde ‘liefdesgaven’. Een heel bijzondere ‘liefdesgave’ van maar liefst 100.000 gulden (waarde van 700 boerderijen) kwam van de gezusters Anna Maria en Adriana Petronella Vosters, 2 dienstmeiden en erfgenamen van een vermoorde bankier uit Antwerpen.
De pastoor ging met dat geld heel voortvarend om en kwam in korte tijd in bezit van meer dan 15 ha grond in het centrum van Reusel en twee prachtige kloosters, inclusief weeshuizen, later internaten. In 1895 had hij ook nog eens een gloednieuwe prachtige gotische kerk laten bouwen met een toren van maar liefst 67 meter hoog. De fraters en de zusters brachten in Reusel veel verbeteringen tot stand op het gebied van lager en middelbaar onderwijs, gezondheidszorg, cultuur, ouderenzorg, oprichting van vele verenigingen en deelname aan maatschappelijke organisaties en dorpsactiviteiten.
Foto: Pastoor van der Wee
De 20e eeuw, welvaart en groei
In 1897 kreeg Reusel een tramverbinding met Eindhoven en Turnhout. Goederen- en personenvervoer was nu gemakkelijk. Reusel werd ontsloten. Door het gebruik van kunstmest en de coöperatieve samenwerking tussen de boeren zoals beroepsvoorlichting en onderwijs, de boerenleenbank, de zuivelfabriek nam de agrarische sector een grote vlucht. In 50 jaar tijd werden in Reusel bijna alle woeste gronden in cultuur gebracht. Tegelijkertijd ontstond de sigarenindustrie, o.a. Willekens, Majois, van de Pas en Garvelink. In het begin was er een invasie van honderden Belgische sigarenmakers. Ook waren er veel zogenaamde thuiswerkers.
Vanaf 1930 werd de tram teruggedrongen door vrachtvervoerders (Jan van Kaethoven en gebroeders Hoeks). In 1934 werd bijna overal in Reusel de rails verwijderd. Door het pendelen naar elders (Philips, DAF) werd de beroepsbevolking steeds minder afhankelijk van de agrarische sector. Er kwamen diverse Reuselse aannemers en er ontstonden nieuwbouwwijken.
Wereldoorlog II
De grimmige gevechten in en beschietingen van Reusel van 24 t/m 28 september 1944 staat bij de oudere Reuselnaren nog in het geheugen gegrift. In schuilkelders werd met angst en veel bidden de strijd afgewacht. Velen moesten tussen de beschietingen door toch nog vluchten naar veiliger oorden. De ‘vesting’ Reusel werd voor een groot deel verwoest. Dat gold zeker voor de verwoeste kerk met zijn eens zo trotse toren en het volledig uitgebrande zustersklooster. Vele tientallen Engelse en Duitse soldaten vonden in die dagen in Reusel de dood. Ook 16 Reuselnaren werden slachtoffer van het oorlogsgeweld. Op het Reuselse kerkhof liggen nog 7 Engelse soldaten begraven.
Vertrek van zusters en fraters

In 1995 zijn de zusters en in 2008 zijn fraters uit Reusel vertrokken. Veel hebben ze voor Reusel betekend. De belangrijke rol die ze hebben gehad is overgenomen. Door andere instanties.
Het einde van een tijdperk!
Foto: Fraterklooster: Ook het Fraterklooster, -het St. Corneliusgesticht- werd door pastoor van der Wee gebouwd.
Geschreven door:
Thijs van der Zanden
Email: zandent@xs4all.nl